Person:Sierd Visserman (1)

Watchers
Facts and Events
Name Sierd Visserman
Gender Male
Birth[1] 9 mei 1891 Heeg, Wymbritseradeel, Friesland, Netherlands
Marriage 31 jul 1915 Workum, Friesland, Netherlandsto Folkje van den Akker
Death[3] 31 jan 1963 Workum, Friesland, Netherlands

Sierd Visserman in WOII

©Verrek maar. We doen het niet.’’ Vader en zoon Visserman twijfelden er niet aan. Varen voor de Duitsers? Dat nooit! Nog liever lieten zij hun vrachtschepen eigenhandig zinken. Vader Visserman deed dat op het Koevordermeer, zoon Sierd Visserman deed dat in de Alde Feanen. Sierd Visserman dook onder, werd gepakt en gevangengezet, verhoord en mishandeld, en bevrijd door het verzet tijdens ‘De overval’ op het huis van bewaring in Leeuwarden. De inmiddels 88-jarige in Scharnegoutum woonachtige oud-schipper vertelt zijn verhaal. Het moet rond Dolle Dinsdag zijn geweest, 5 september 1944, als Sierd Visserman en zijn vader Sierd liggen afgemeerd in Amsterdam. Er is grote paniek onder de Duitsgezinden: de geallieerden hebben Antwerpen al bevrijd en trekken op naar het noorden. De Vissermannen willen eigenlijk naar Fryslân, hun thuishaven is Sneek, maar de wind komt uit de verkeerde richting en olie is heel duur. Ze besluiten nog even te blijven liggen. Terwijl ze daar liggen, komen er een paar Duitsers in een bootje langszij. De soldaten willen de vrachtschepen nader bekijken. Als vader en zoon over de tweetakt motor opmerken dat die lang moet voorverwarmen, zegt een Duitser: ,,Dat hoeft niet meer.’’ De Vissermannen krijgen het benauwd. Er staat iets te gebeuren. Ze besluiten niet langer te wachten en gaan direct naar Fryslân terug. ,,Het duurt toch niet lang meer met de oorlog’’, denken ze bovendien. In Fryslân aangekomen, blijkt dat de bevrijding niet aanstonds is. Een oom en enkele anderen liggen met hun schepen al verscholen achter IJlst en Visserman en zijn vader sluiten zich bij hen aan. Ze liggen er met vier of vijf schepen. Wanneer bij Nijezijl een locomotief ontspoort en te water raakt, wordt de schippers gevraagd de loc uit het water te tillen. ,,Zo’n locomotief weegt tachtig ton, onze kranen konden misschien elk een ton aan, dat was onbegonnen werk’’, zegt Visserman. Op dat moment komt een Duitse boot eraan. Een Duitser vraagt hun wat ze daar doen. Als Visserman zegt dat ze de locomotief uit het water moeten hijsen, verklaart de Duitser hen voor gek. Die weet wel dat de schepen dat nooit voor elkaar krijgen. ,,Ik weet wel iets beters voor jullie te doen’’, zegt hij. Hij neemt de papieren van de schippers in. Ze krijgen te horen dat ze naar Harlingen moeten varen. ,,De bedoeling was dat we tussen Harlingen en Den Helder gingen varen, wanneer dat nodig was. Wij wisten toen wel hoe laat het was: we moesten voor de Duitsers varen. We zeiden tegen elkaar: we zijn niet gek, we smeren ’m!’’ Vader Sierd Visserman laat zijn schip, Nieuwe Zorg, zinken op het Koevordermeer, net als een neef. Zoon Sierd Visserman neemt contact op met zijn schoonouders in Earnewâld en besluit daar heen te varen. Ze halen met hulp van dorpsgenoten ’s avonds het schip leeg; kookgerei, gereedschappen, scheepsonderdelen gaan van boord. Tussen de Hooidammen bij Oudega (S.) en Earnewâld draaien ze ’s nachts de kranen van de machinekamer open en laten ze het schip, de Actief geheten (voorheen het beurtschip Stad Sneek), zinken. De onderste helft verdwijnt onder water, het woongedeelte steekt nog boven water uit.© Sierd Visserman en zijn echtgenote Trijntje Wester duiken onder in Earnewâld. Ze zijn tegen de orders van de Duitsers ingegaan en het zal hen duur komen te staan als ze worden gepakt. Na enige tijd gaat het geluid door het dorp dat de Duitsers van plan zijn razzia’s in Earnewâld te houden. Daarop besluit Visserman onder te duiken op het nog begaanbare deel van de Actief, met in totaal zes personen. Het zal verraad zijn geweest, Visserman weet het nog altijd niet, maar op een dag komt er een boot met zes Duitsers en een Nederlander aan varen. Ze worden onder schot gehouden en gesommeerd het schip te verlaten. De onderduikers worden naar het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (SD) in het Burmaniahuis in Leeuwarden gebracht. De dan 28-jarige Sierd Visserman wordt in een schoolgebouw aan het Wilhelminaplein diverse keren verhoord en mishandeld. De bezetters willen weten wie hem de opdracht heeft gegeven het schip te laten zinken. Aan het antwoord dat dit op eigen initiatief is gebeurd, hebben de Duitsers geen boodschap. Naar hun idee moet het verzet er achter zitten en ze willen weten wie. ,,Daar hebben ze me goed te pakken gehad’’, zegt Visserman over de mishandeling. ,,Het was zo: als je je kleren aan mocht houden, dan noemden de Duitsers het een ‘licht verhoor’. Als je je kleren uit moest doen, dan moest je oppassen.’’ Hij mocht zijn kleren aanhouden, maar bij de verhoren werden wel zijn tanden uit zijn mond geslagen. Visserman belandt in het huis van bewaring De Blokhuispoort in Leeuwarden. Ondanks de beveiliging slagen gevangenen erin briefjes naar buiten te smokkelen. Voordat hij de Actief liet zinken, heeft Visserman belangrijke onderdelen zoals de oliepomp eruit gehaald en begraven in een tuin in Earnewâld. Als hij hoort dat hij hierover zal worden ondervraagd door een hoge Duitse officier, weet Visserman briefjes naar buiten te smokkelen met de opdracht de onderdelen op te graven en in de buurt van het schip neer te leggen. Komen de onderdelen niet boven water, dan zal Earnewâld er van lusten, is de verwachting. Familie en kennissen uit het dorp doen wat hij vraagt, waarop hij tijdens het verhoor naar eer en geweten kan vertellen waar de Duitsers de onderdelen kunnen vinden. Het loopt tegen het einde van het jaar 1944. Visserman zit opgesloten in het huis van bewaring. Hij zit met tien andere gevangenen in een cel waar normaal vier mensen zitten opgesloten. Op de avond van 8 december horen ze veel lawaai in de hal. Even later gaat de celdeur open en een man zegt: ,,Sierd Visserman. Meekomen.’’ ,,In de gevangenis was inmiddels duidelijk dat als je ’s avonds uit je cel werd gehaald, je dan niet terugkwam. Ik dacht dus echt dat het met me was gedaan. Maar toen ik beneden in de hal kwam, stond Piet Oberman daar.’’ Oberman, bekend onder de verzetsnaam Piet Kramer, was een kennis van de schoonouders van Visserman.Hij leidt de overval op de gevangenis. ,,Hij lachte naar me en zei: ‘Do komst der út, ouwe seun!’ Nou, dan gaat er iets door je heen…dat heb ik in mijn leven niet meer gevoeld.’’ Bij de gevangeniskraak, die later bekend werd onder de naam ‘De overval’ worden in totaal 51 gevangenen door het verzet bevrijd. Sierd Visserman is een van hen, zijn tien celmaten moeten achterblijven. Als de kraak in volle gang is, verschijnen er twee SD’ers met echte gevangenen voor de gevangenispoort. De verzetslieden laten ze binnen, overmeesteren de Duitsers en zetten ze in een cel. Visserman herkent een van die Duitsers als lid van de groep die hem heeft opgepakt toen hij zat ondergedoken op de Actief. ,,Ik wilde achter hem aan gaan, maar ik werd tegengehouden. ‘We willen geen gedonder hier’, werd er gezegd. Ja, dan heb je jezelf even niet onder controle’’, zegt Visserman nu bijna verontschuldigend. Na de bevrijding uit de gevangenis, komt Visserman gedurende een week of zes op een onderduikadres aan de Aagje Dekenstraat in Leeuwarden, bij de familie Miedema. Daarna komt hij bij de familie Malda in Blije terecht. Hij gaat dan door het leven als een vluchteling uit Nijmegen met de naam Popke de Groot. Zijn vrouw, inmiddels bevallen van hun eerste dochter, zit al die tijd in Earnewâld in spanning. Nooit heeft zij geweten waar haar man was.© Het schip de Actief belandt nog tijdens de oorlog in Duitsland, meegenomen door een Lemster aannemer die voor de Duitsers werkt. Dankzij zijn connecties komt Visserman aan een Engelse permit waarmee hij naar Duitsland kan reizen. Het schip, zo heeft iemand zijn vader verteld, ligt in de Weser bij Stolzenau, een plaats ten westen van Hannover. De aannemer uit Lemmer ligt met zijn woonark in de haven even verderop. Visserman gaat met de man praten. ,,Er is niets gebeurd, we hebben alleen gepraat. Maar waar ik ook heen ging, hij ging overal mee naar toe.’’ Visserman wil zijn schip terug, maar met de Lemster in zijn kielzog krijgt hij niets gedaan. Totdat de man een tijdje weg is. ,,Ik ben toen naar een Nederlandse officier gegaan en heb hem verteld wat die aannemer allemaal heeft gedaan en dat hij in Nederland werd gezocht. Daarop is de man opgepakt.’’ Als hij laat weten dat hij zijn schip terug wil, wordt Visserman gezegd dat hij naar Hamburg moet gaan om het schip vrij te krijgen. In juni of juli 1945, dat weet hij niet precies, is de Actief weer van hem. Dankzij zijn connecties kan hij dit zo snel voor elkaar krijgen, een paar maanden na de oorlog. ,,Bij schippers die de officiële weg moesten bewandelen, heeft het veel langer geduurd.’’ De Actief was er slecht aan toe. Het moest eerst compleet worden gerepareerd. Dat gebeurde bij scheepswerf Bijlsma in Warten. Pas een jaar later voer de Actief weer. Visserman en echtgenote, die samen drie kinderen kregen, voeren tot 1956 met het schip. Toen lieten ze een ander schip bouwen: de Alfosi. De naam is een samenvoeging van de eerste twee letters van de namen van de drie kinderen.©

Bron: Friesch Dagblad 6 mei 2005

Image Gallery
References
  1. Geboorte, in Wymbritseradeel, Friesland, Netherlands. Burgerlijke Stand
    Akte A 105, 9 mei 1891.
  2.   Huwelijk, in Workum, Friesland, Netherlands. Burgerlijke Stand
    Akte 17, 31 jul 1915.
  3. Overlijden, in Graftombe.nl
    Graftombe, 31 jan 1963.
  4.   Beroep: Schipper en 'Mesthandelaar
  5.   Bronnen

    Spanvis