Person:Jan Rollingswier (8)

Watchers
Jan Martens Rollingswier
b.abt 1755
 
m. abt 1752
  1. Jan Martens RollingswierAbt 1755 -
  2. Aafke Martens RollingswierAbt 1760 - 1826
  3. Mink Martens Rollingswier - 1807
  4. Trijntje Martens RollingswierAbt 1765 - 1819
  5. Gerrit Martens RollingswierAbt 1770 - 1807
Facts and Events
Name Jan Martens Rollingswier
Gender Male
Birth? abt 1755
References
  1.   Jan Martens, [geb. naar schatting omstreeks 1755], komt 1779 van St. Jacobiparochie naar Minnertsga, eigenerfde landbouwer op Rollingswier ald. als opvolger van zijn grootvader, kerkvoogd
    te Minnertsga 1794, overl. ald. 16 dec. 1796,

    tr. 1. Sjoerdtje Andries, overl. ald. 1792/93, dr van Andries Arjens en Tætske Lieuwes;48

    tr. 2.
    Minnertsga 23 aug. 1795 Jantie Dirks, van Berlikum.

    1788: Jan Martens is gebruiker van stem 11 en 12, dan eigendom van zijn grootvader.
    Blijkens het speciekohier volgt hij in 1779 zijn grootvader op als boer op Rollingswier, hij wordt daar vermeld tot 1797, in welk jaar zijn overlijden is aangetekend, ‘nu Dirk Piers van ond[er] Belkum’. Het aantal hele hoofden was 5 à 6, in 1793 daalt het tot 4 (‘de vrouw obiit en een knegt minder’), maar in 1794 zijn er weer 6 bewoners. Hij heeft 5 à 7 paarden en tussen de 38 en 46 pm bezaaide landen, daarnaast nog 8 à 11 koeien (vaarzen inbegrepen).

    Hij kan niet beschouwd worden als een handige boer, hij leent voortdurend geld, wel zo’n £ 8500, en hij slaagt erin het vermogen dat zijn voorouders in anderhalve eeuw hadden opgebouwd en bijeengehouden, geheel te verspelen. De hypotheekboeken spreken duidelijke taal.
    1786: taxatie ten huize van Jan Martens en Sjoertje Andries te Minnertsga. Er zijn
    18 koeien (inclusief jongvee), alle ziek geweest, 7 paarden en 5 schapen, £ 1283, samen met de inventaris beloopt de waarde £ 2167, welk bedrag zij schuldig zijn aan
    zijn ouders Marten Jansen en Gertje Minks te St. Jacobiparochie.


    1788: Jan Martens en Sjoerdtje Andries lenen £ 300 van Rinske Wybrens, eveneenste Minnertsga.50
    1793: Jan Martens, erfgezeten en huisman te Minnertsga, leent £ 2000 van Jr Bartel Douwma van Sixma te Leeuwarden. Onderpand is zijn aandeel in de zathe lands die hij zelf gebruikt plus wat hij daarbij volgens mondelinge afspraak en krachtens scheiding heeft overgenomen, zoals huurrechten en inboedel. Hetzelfde jaar leent hij nog £ 400 van dezelfde crediteur.

    1793: Jan Martens, huisman en erfgeseten onder Minnertsga, leent £ 800 van Gerrit Martens te St. Jacobiparochie en in 1794 nogmaals £ 700 van zijn broer Gerrit Martens.

    1794: Jan Martens te Minnertsga leent £ 300 van Rinske Wybrens aldaar.

    1794: wederom leent hij, erfgezeten en kerkvoogd aldaar, £ 2000 van Rinske Wybrens ‘tot betaling mij toegescheidene gedeelten in de zathe en landen’ die hij gebruikt.

    1796: Jan Martens, huisman te Minnertsga, leent £ 2000 van Rinske Wybrens, winkeliersche, met als onderpand zijn zathe en landen.

    1796: Jan Martens, huisman en erfgezeten onder Minnertsga, leent £ 800 van Rinse Lases Plat en Tryntje Martens, huislieden te St. Jacobiparochie, met als onderpand de door hem bewoonde zathe en landen.